basisondersteuning

Onder basisondersteuning wordt verstaan het aanbod van ondersteuning dat voor het grootste deel van de leerlingen toereikend is om succesvol een diploma te kunnen behalen op Were Di. Met andere woorden, deze ondersteuning behoort naast de inzet van de leerkrachten tot het ‘reguliere’ onderwijsprogramma. Indien nodig kunnen leerlingen een beroep doen op deze ondersteuning, welke hieronder staat beschreven. Met betrekking tot deze ondersteuning is de mentor het aanspreekpunt voor leerlingen en ouders.

didactische ondersteuning en remedial teaching

Wanneer er problemen optreden in het onderwijsleerproces wordt er in eerste instantie hulp geboden door de vakdocent zelf. Blijven de problemen ondanks de hulp van de vakdocent bestaan dan kunnen leerlingen worden ingedeeld bij steunlessen voor bijvoorbeeld Nederlands of Wiskunde. Indien blijkt dat leerlingen ondanks didactische ondersteuning op school op een specifiek gebied blijven uitvallen kan de mentor een zorgvraag inbrengen bij het zorgteam van de school. In het ZAT kan worden besloten dat de leerling gebaat zou zijn bij gespecialiseerde didactische hulp, oftewel remedial teaching (RT). In dat geval zal de leerling worden ingedeeld bij één van onze gekwalificeerde RT-ers. RT kan onder andere gericht zijn op lezen, rekenen en taal, maar ook op executieve vaardigheden zoals plannen en organiseren.

Het doel van RT is altijd om de niet op gang komende of stagnerende ontwikkeling in het leerproces weer op gang te brengen. De begeleiding vindt plaats op school en kan afhankelijk van de problematiek één of meerdere keren per week plaatsvinden. Naast individuele trajecten is de RT-er ook verantwoordelijk voor de screening van de eerstejaarsleerlingen aan het begin van het schooljaar en ondersteunen zij docenten bij het geven van steunlessen door het aanreiken van materialen en het geven van advies.

RT kan zowel direct op de leerling zijn gericht, als indirect door bij voorbeeld begeleiding of ondersteuning van betrokken docenten. Een individueel RT-traject omvat doorgaans een periode van 8 werken. Dit Traject wordt in de laatste week afgesloten met een evaluatie. Wanneer na evaluatie blijkt dat de problemen hardnekkig zijn kan worden besloten om de RT met een periode van 8 weken te verlengen. Het komt voor dat, ondanks deze systematische en didactische ondersteuning, blijkt dat er geen of slechts beperkt ontwikkeling plaatsvindt. Verder psychologisch onderzoek naar een leerstoornis (dyslexie of dyscalculie) kan dan nodig zijn. RT wordt dan, in afwachting van de onderzoeksresultaten, stopgezet.

Hier vindt u het Schoolondersteuningsprofiel.


Extra faciliteiten voor leerlingen met dyslexie of dyscalculie

Dyslexie of dyscalculie kan zich bij leerlingen op verschillende manieren manifesteren waardoor er voor iedere leerling andere aanpassingen nodig kunnen zijn. De leerling is uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor zijn/haar leerproces. Mentor en/of RT-er maken daarover met de betrokkene goede afspraken, die regelmatig geëvalueerd worden. De te verlenen faciliteiten worden opgenomen in een zogenaamde pluspas. Om een pluspas te kunnen aanmaken heeft school een dyslexie- of dyscalculieverklaring nodig.

Dyslexie

Er blijft altijd een groep leerlingen die pas in beeld komt wanneer zij bijvoorbeeld worden geconfronteerd met meerdere talen. Daarom nemen we bij alle leerlingen in de brugklas, volgens de aanwijzingen van het protocol Dyslexie VO een dyslexiescreening af en analyseren we de aangeleverde gegevens van de basisschool en ouders (Onderwijskundig Rapport en de inschrijving).

Leerlingen met een dyslexieverklaring kunnen een beroep doen op extra faciliteiten zoals extra tijd bij toetsen, gesproken boeken, aantekening/huiswerk. Er kan kan gebruik gemaakt worden van een Daisyspeler of het softwareprogramma Sprint(Plus). Wat er nodig is wordt altijd individueel bekeken door het zorgteam. Voor leerlingen met de diagnose dyslexie betekent dit dat zij in ieder geval de faciliteit ‘extra tijd’ krijgen toegekend en examen kan doen met behulp van ‘bijzondere opgaven’. De leerling met dyslexie heeft ook plichten: meewerken aan het begeleidingsplan dat is opgezet. Zo zal de leerling zelf zijn pluspas duidelijk zichtbaar op tafel moeten leggen en als een docent bij het afnemen en corrigeren van een toets of schoolexamen vergeet rekening te houden met de dyslexie is het in eerste instantie de leerling zelf die hem/haar eraan moet herinneren. Voor de leerling met dyslexie is de mentor of de RT-er het aanspreekpunt.

Klik hier voor de folder over hulp en extra faciliteiten voor leerlingen met dyslexie.

Dyscalculie

De ervaring van de afgelopen jaren laat zien, en dit is van belang met het oog op passend onderwijs, dat een flink aantal leerlingen met rekenproblemen en/of rekenachterstanden in de school komen. SG Were Di heeft hierop ingespeeld door het vak rekenen op te nemen in de lessentabel en het aanbieden van steunlessen rekenen voor leerlingen die dit nodig hebben. Een tijdige onderkenning van dyscalculie is erg belangrijk zodat geschikte maatregelen kunnen worden genomen en omdat de diagnose dyscalculie maar tot en met leerjaar 2 in het V.O. gesteld mag worden.

Wij werken op SG Were Di toe naar een geïntegreerde aanpak van dyscalculie in de lessituatie. Dit betekent dat er geen structurele RT wordt aangeboden maar dat de RT-er optreedt als adviseur/coach voor docenten. Voor leerlingen met een dyscalculieverklaring wordt per leerling afgesproken welke faciliteiten ingezet kunnen worden. Denk hierbij aan de wettelijk toegestane faciliteiten in de vorm van extra tijd en het gebruik van (goedgekeurde) rekenkaarten. Een leerling met dyscalculie mag gebruik maken van de lightversie van de Referentietoets die deel uitmaakt van het eindexamen. Er zijn rekencoördinatoren aangesteld die toezicht houden op de vorderingen van de leerlingen. School maakt gebruik van een digitaal leerlingvolgsysteem waarmee regelmatig het referentieniveau van de leerlingen kan worden vastgesteld.

We hebben op school ook te maken met leerlingen waarbij geen dyscalculieverklaring kan/mag worden afgegeven maar waarbij toch sprake is van ernstige rekenproblemen. Wanneer dat het geval is wordt er een verklaring ‘ernstige rekenproblematiek’ opgesteld. Ook deze leerlingen komen in aanmerking voor extra hulp.

Lotgenotengroepje dyslexie/dyscalculie

Vaak is het voor leerlingen zinvol om zogenaamde ‘lotgenoten’ te treffen, oftewel leerlingen die ook een diagnose dyscalculie of dyslexie hebben. Indien gewenst kunnen leerlingen deelnemen aan een lotgenotengroepje waarin er aandacht wordt besteed aan lees- spelling- of rekenvaardigheden, maar waarin ook aandacht wordt besteed aan de praktische onhandigheden van de diagnose en hoe daarmee om te gaan op school en het dagelijkse leven.

Belangrijke rol van de ouders

Een leerling met dyslexie of dyscalculie ondervindt vaak duidelijk hinder bij enkele specifieke vakken. Zonder ondersteuning van thuis zal het succesvol doorlopen van de school moeizaam gaan en is de kans op vertraging en/of uitval groot. Van ouders wordt dan ook ondersteuning verwacht. Aan begin van het eerste schooljaar worden ouders tijdens een informatieavond hierover ingelicht. Ouders kunnen gedurende het schooljaar contact houden met de mentor. De mentor is immers op SG Were Di de spil van de begeleiding.

Trainingen

Op Were Di worden diverse trainingen op het gebied van sociaal-emotioneel welzijn verzorgd. Deze trainingen vinden onder verantwoordelijkheid van het zorgteam plaats. Bij alle trainingen op Were Di zal er voorafgaand aan de training een intake-/kennismakingsgesprek plaatsvinden met de leerling en zijn ouders. De trainingen bestaan uit 8-12 bijeenkomsten (lesuren). Alle trainingen worden afgesloten middels een vorm van een diploma-uitreiking/gezamenlijke afsluiting en een korte rapportage. Om in aanmerking te komen voor een training op SG Were Di dient een leerling ingebracht te worden in het ZAT. Als er in het ZAT besloten wordt dat de betreffende training geschikt is, zal deze op de betreffende lijst voor deelname geplaatst worden. Alle trainingen worden eens of tweemaal per jaar gegeven.

Faalangstreductietraining (FRT)

De FRT is een training voor leerlingen die last hebben van spanning of angst voor bijvoorbeeld toetsen of presentaties. Er zal de leerlingen geleerd worden hoe zij met deze ervaren spanning om moeten gaan. Dit wordt gedaan middels het gebruik van cognitieve middelen en door middel van praktische oefeningen. Hierbij moet er gedacht worden aan ontspannings- en ademhalingsoefeningen, psycho-educatie (wat is angst?), leren positief denken en plannen en organiseren. Er zal actief gewerkt en geoefend worden. Van de leerlingen wordt een actieve bijdrage verwacht doordat zij de aangeboden tips en handvatten ook buiten de training om moeten oefenen. Het doel is dan ook om de leerling handvatten te bieden hoe om te gaan met de spanning die zij ervaren. Leerlingen van alle leerjaren kunnen in aanmerking komen voor de faalangstreductietraining. Er wordt hierin onderscheid gemaakt tussen vmbo en havo/vwo leerlingen in de onderbouw en de bovenbouw.

Sociale Vaardigheidstraining (SOVA)

De SOVA training is een training voor leerlingen die wat extra ondersteuning nodig hebben in de sociale vaardigheden. De leerlingen zullen in deze training sociale vaardigheden oefenen. Dit wordt gedaan middels het gebruik van cognitieve middelen en door middel van praktische oefeningen. Hierbij moet er gedacht worden aan onderwerpen als: een gesprek voeren, iets aardigs zeggen tegen een ander, non-verbaal gedrag, nee zeggen, invoegen in een groep, pesten, etc. Er zal actief gewerkt en geoefend worden. Van de leerlingen wordt een actieve bijdrage verwacht doordat zij buiten de training om oefenen middels de ‘klus’ (kleine oefeningen om het geleerde in de praktijk te brengen).De training wordt zoveel mogelijk afgestemd op de leerdoelen van de leerlingen.

Leerlingen van het eerste en tweede leerjaar van het vmbo en het havo/vwo kunnen in aanmerking komen voor de SOVA training.

Rots en Water Training

Het Rots en Water programma kan worden beschouwd als een weerbaarheids-programma. Tijdens de training wordt er aandacht gegeven aan de combinatie van weerbaarheid en de ontwikkeling van sociale vaardigheden. Weerbaarheid en solidariteit (rots en water) worden in balans gepresenteerd en getraind. Dit wordt gedaan in de gymzaal waar de kinderen met hun lijf het verschil tussen de rots en water houding ervaren en deze leren toepassen.

Leerlingen van het eerste, tweede en eventueel het derde leerjaar van het vmbo en het havo/vwo kunnen in aanmerking komen voor de Rots en Water training.

Leerwegondersteuning

Als er vanuit de gegevens van de basisschool blijkt dat er sprake is van didactische achterstanden dan kan een leerling in aanmerking komen voor leerwegondersteuning (LWOO). LWOO is voor leerlingen op het vmbo die genoeg capaciteiten hebben om een diploma te behalen op het VMBO maar extra ondersteuning nodig hebben. SG Were Di vraagt deze ondersteuning aan bij het samenwerkingsverband, waardoor SG Were Di financiële middelen ontvangt om de LWOO leerlingen beter te kunnen begeleiden. Deze middelen zijn niet leerlinggebonden maar schoolgebonden, wat wil zeggen dat de school vrij is in de manier waarop deze gelden worden besteed. SG Were Di kiest ervoor om deze middelen te besteden zoveel mogelijk passend bij wat een leerling nodig heeft. Denk hierbij aan het versterken van het primaire proces door het verkleinen van klassen, het aanstellen van kundig onderwijsgevend personeel, meer ‘handen in de klas’, extra steunlessen en de eerder genoemde sociaal-emotionele trainingen.

Schoolmaatschappelijk werk

Goede begeleiding in een vroegtijdig stadium kan voorkomen dat leerlingen op latere leeftijd grotere problemen krijgen of zelfs ontsporen. Were Di werkt samen met een schoolmaatschappelijk werkster die kundig is op het gebied van kortdurende hulp aan leerlingen en/of hun ouders. Haar inzet is vaak kortdurend van aard, waarbij onderwerpen als echtscheidingsproblematiek, seksualiteit of sociale contacten kunnen worden besproken. Het doel van deze gesprekken is om de leerling ‘steviger’ te maken op een bepaald gebied zodat de leerling vervolgens weer zelfstandig de draad kan oppakken. Daarnaast kan onze schoolmaatschappelijk werkster ouders en leerlingen doorverwijzen naar een meer passende vorm van hulpverlening. Aanmelding bij schoolmaatschappelijk werk verloopt via het ZAT. Om een goede samenwerking te kunnen waarborgen neemt onze smw-er deel aan diverse zorgoverleggen, waaronder het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Een CJG is een instantie in de buurt in de buurt, waar ouders en jongeren terecht kunnen met hun vragen over gezondheid, opgroeien en opvoeden. Een CJG biedt advies, ondersteuning en hulp op maat. De organisaties die binnen het CJG samenwerken hebben korte lijnen en zijn gericht op goede samenwerking

Website door Webtraders