Contact

Cijfers, bevordering, op- door- afstroom

1. Cijferbeleid

Deze regels over cijfers en bevordering zijn van toepassing op alle leerjaren, behalve de leerjaren waarop het PTA ( Programma voor Toetsing en Afsluiting) van toepassing is. Het PTA geldt voor alle toetsen in het examenjaar en in de voorexamenjaren voor alle (beroeps-)keuzevakken. Onder de voorexamenjaren vallen de volgende
leerjaren en afdelingen: vmbo 3, havo 4, vwo 4 en 5.

Er zijn twee categorieën cijfers
• Categorie a: cijfers die één keer meetellen voor het rapport.
Deze cijfers worden gegeven voor kleine werken of voor combi-werken (kleine werken, waarvan het gemiddelde één keer meetelt voor het rapport).
• Categorie b: cijfers die twee keer meetellen voor het rapport.
Deze cijfers worden gegeven voor grotere werken.

Periodes in het schooljaar

Een schooljaar bestaat uit 3 periodes. Elke periode wordt afgesloten met een rapport.
Minimaal aantal werken per rapportperiode havo/vwo:
• één-uursvakken: per periode minstens één cijfer; per schooljaar minstens vier cijfers, waarvan drie
cijfers van de categorie b.
• twee-uursvakken: per periode minstens twee cijfers, waarvan één cijfer van de categorie b.
• andere vakken: per periode minstens drie cijfers, waarvan één cijfer van de categorie b.
Minimaal aantal werken per rapportperiode vmbo:
• één-uursvakken: per periode minstens één cijfer; per schooljaar minstens vier cijfers, waarvan drie
cijfers van de categorie b.
• twee-uursvakken: per periode minstens twee cijfers, waarvan één cijfer van de categorie b; per
schooljaar minstens acht cijfers, waarvan minstens vier cijfers van de categorie b.
• andere vakken: per periode minstens vier cijfers, waarvan minstens één cijfer van de categorie b; per schooljaar minstens vier cijfers van de categorie b.
NB: Vaksecties kunnen in periodes, waarin zij projecten aanbieden, in overleg met de verantwoordelijke teamleider afwijken van het aantal cijfers per periode; dit dient voor aanvang van het project aan de ouders en leerlingen bekend gemaakt te worden.

Rapportcijfers
Rapportcijfers zijn gebaseerd op feitelijke, aan de leerling bekende gegevens.
Vmbo :
• Eerste en tweede periode: rapport met een gewogen gemiddelde voor de betreffende periode.
• Derde periode: rapport met gewogen gemiddelde, waarbij de rapportcijfers van de eerste en tweede
periode meetellen als een cijfer van de categorie b.
Havo/vwo :
• Eerste periode: rapport met gewogen gemiddelde.
• Tweede periode: rapport met gewogen gemiddelde waarbij het rapportcijfer van de eerste periode meetelt als een cijfer van de categorie a.
• Derde periode: rapport met een voortschrijdend gemiddelde van alle cijfers uit periode 2 en 3 (inclusief het eindcijfer eerste rapport als cijfer van de categorie a).
Afronding: rapportcijfers worden rekenkundig afgerond op één decimaal; op het eindrapport wordt er rekenkundig afgerond op hele cijfers.
Op rapporten mogen geen beoordelingen lager dan 3 worden gegeven. Op het eerste rapport van het eerste leerjaar mogen geen beoordelingen lager dan 4 worden gegeven.


Overige regelingen cijferbeleid
Beoordelingen 'naar behoren' / 'niet naar behoren' (alleen in de bovenbouw).
In het jaar waarin de leerling de schoolexamens aflegt, kan het bij enkele vakken voorkomen dat een docent een ‘niet-cijfermatige beoordeling’ geeft, die wel gebaseerd wordt op cijfers. Dan geldt de onderstaande regel:
Een 5 of hoger wordt geacht ‘naar behoren’ te zijn. Een cijfer lager dan 5 is ‘niet naar behoren’.


Niet gemaakt werk / fraude
• Een leerling heeft om ongeldige redenen werk niet gemaakt of gefraudeerd:
- De teamleider beoordeelt of sprake is van een ongeldige reden of fraude.
- De leerling krijgt de beoordeling 1. Deze beoordeling telt mee voor het rapport. Als het een werk betreft uit de categorie b, telt het alleen mee als aan de volgende voorwaarden is voldaan: 
de docent meldt de feiten bij de teamleider, deze meldt het voorval schriftelijk aan de ouders.
- Bij het niet inleveren van werk kan de docent de leerling verplichten het werk alsnog te maken als straf.
In de laatste periode van het schooljaar kan deze straf opgelegd worden tussen de laatste toetsweek en het officiële einde van het schooljaar. De beoordeling blijft staan.
• Een leerling heeft om geldige redenen werk niet gemaakt:
- De teamleider beoordeelt of sprake is van een geldige reden.
- Werkstukken: er wordt zo spoedig mogelijk een afspraak gemaakt tussen de leerling en de docent over een nieuwe inleverdatum.
- Gemiste toetsen: als de docent het cijfer nodig heeft om op een verantwoorde manier een rapportcijfer te kunnen geven of als de leerling erom vraagt om het werk in te kunnen halen, wordt er tussen docent en leerling zo spoedig mogelijk een nieuwe afspraak gemaakt.
- Een gemiste toets in de laatste toetsweek: als de docent het cijfer nodig heeft om op een verantwoorde manier een rapportcijfer te kunnen geven, meldt hij dit aan de teamleider. Deze waarschuwt de leerling en maakt een afspraak met de docent.

Sportfolio
Iedere periode ontvangt elke leerling een (S)portfolio. Daarop staan verschillende belangrijke competenties die een goed beeld geven over het totale functioneren van de leerling binnen de lessen Sport & Bewegen. Het vak Sport & Bewegen telt niet mee in de overgangsnorm. Echter, de school behoudt zich het recht voor een leerling die een of meerdere onderdelen van het vak Sport & Bewegen niet naar behoren heeft afgerond, deze te laten inhalen/herkansen alvorens hij/zij bevorderd kan worden.

2. Bevorderingsbeleid
Algemene bevorderingsnorm

Automatisch bevorderd: bij twee of minder verliespunten.
(een 3 geeft drie verliespunten, een 4 twee, een 5 één).
Automatisch afgewezen: bij zes of meer verliespunten over het hele rapport.
Voor havo-vwo geldt daarbij nog:
- Bij vier of meer verliespunten, waarvan twee of meer
verliespunten bij Nederlands, Engels of wiskunde.  

- Bij een leerling die wordt afgewezen voor gymnasium 2 worden alle verliespunten bij specifieke gymnasiumvakken (Latijn, drama, Spaans, Expansio) buiten beschouwing gelaten. Voor de automatische bevordering of afwijzing voor atheneum 2 gelden vervolgens dezelfde regels zoals hierboven beschreven waarbij de verliespunten dus alleen worden geteld voor de niet-gymnasiumvakken.

- Voor 3 havo/vwo bovendien: bij drie of meer verliespunten in de
gekozen examenvakken, inclusief Nederlands, Engels, wiskunde.

Overige leerlingen komen in bespreking. In de bespreking laat de rapportvergadering zich leiden door de volgende richtlijnen:
• Een inschatting van de kans van slagen in het volgende leerjaar van de (gekozen) schoolsoort.
• Het aantal verliespunten.
• De spreiding van de verliespunten.
• Niet-cijfermatige gegevens (bijvoorbeeld inzicht, leertaakgedrag, vakoverstijgende vaardigheden).
• In keuzejaren: het aantal verliespunten voor gekozen examenvakken.
• In de bovenbouw, waar beoordelingen deel uitmaken van het Schoolexamen: de slaag-/zakregeling van het Eindexamen.
Doubleren is geen vanzelfsprekendheid. Telkens wordt gekeken wat het beste is voor de leerling. We hebben het dan altijd over maatwerk.

3. Opstroom
Algemene norm voor opstroom:

Alle (reguliere) opstroommogelijkheden staan beschreven in het schema in hoofdstuk 2 van de schoolgids.
Automatisch toelaatbaar indien wordt voldaan aan drie eisen:
• geen verliespunten;
• een 7,5 gemiddeld over het hele rapport;
• een 8 gemiddeld voor de talen en wiskunde.
In alle andere gevallen vindt bespreking plaats. Richtlijn voor bespreking is de kans van slagen in de gekozen schoolsoort.
Bovenstaande opstroomnorm geldt alleen voor de opstroom van vmbo/havo 1 naar havo 2 en voor de opstroom binnen het vmbo van klas 1 naar 2.
Opstroom binnen havo/vwo.
Bij bevordering van 1 havo-vwo naar 2 vwo en van 1 vwo naar 2 gymnasium geldt de volgende regeling:
Automatisch bevorderd indien:
• gemiddelde van alle vakken minstens gelijk aan 7,3 èn
• gemiddelde van Nederlands, Engels en wiskunde minstens gelijk aan 7,3;
• geen onvoldoendes over de gehele lijst.
Bespreking indien:
• Gemiddelde van alle vakken tussen 6,9 en 7,3 en gemiddelde van Nederlands, Engels en
wiskunde minstens gelijk aan 7,3.
Of:
• Gemiddelde van Nederlands, Engels en wiskunde tussen 6,9 en 7,3 èn het gemiddelde van alle
vakken minstens gelijk aan 7,3.
Of:
• Gemiddelde van beide categorieën is minstens gelijk aan 7,3, maar er is een onvoldoende op de lijst.


4. Doorstroom
Drempelloze doorstroom van 4 vmbo naar 4 havo.

Dit traject is onderdeel van het te geven advies en dient dan ook met goed gevolg te worden afgerond. Om deel te kunnen nemen aan dit traject moet de leerling zich voor 1 februari aanmelden bij de heer S. Hoogeboom.
Leerlingen kunnen na een intakegesprek onder onderstaande voorwaarden worden toegelaten tot havo 4.
Deze voorwaarden zijn:
• Aanmelding bij de heer S. Hoogeboom.
• Aansluiting van het examenpakket vmbo bij het gekozen havo profiel.
• Het met positief advies afronden van het voorbereidend doorstroomtraject (positief advies van de rapportvergadering inclusief schoolexamen maakt hiervan deel uit), georganiseerd door de school.
Dit advies behelst naast behaalde cijfers ook de metacognitieve vaardigheden1, werkhouding, zelfstandigheid en motivatie.
• Leerlingen van buiten Were Di moeten een positief advies krijgen van de afleverende school op het gebied van metacognitieve vaardigheden, werkhouding, zelfstandigheid en motivatie.
• Leerlingen van buiten Were Di moeten geslaagd zijn met een gemiddeld eindexamencijfer van 6,8
of hoger2.
• De leerling is in het bezit van een diploma vmbo t.
1 Voorbeelden hiervan zijn: reflecteren op eigen leerproces, studie plannen, reflecteren groepsprocessen,
het eigen leerproces sturen.
2 Zie de toelatingscode

Doorstroom van 5 havo naar 5 vwo.
Voor de toelating tot vwo 5 moet de leerling zich in het examenjaar van havo 5 vóór 1 februari aanmelden bij de decanen van havo/vwo.
Leerlingen kunnen na een intakegesprek onder onderstaande voorwaarden worden toegelaten tot vwo 5:
- Aanmelding bij de decanen van bovenbouw havo/vwo.
- Aansluiting van het examenpakket havo en het gekozen vwo pakket. In het intakegesprek bij de decaan wordt de aansluiting van het eindexamenpakket havo op de profielen van het vwo onderzocht. Hierbij wordt per vak gekeken of er sprake is van aansluiting en of het beoogde vakkenpakket mogelijk is.
- Een positief advies van de toelatingscommissie (deze bestaat uit de teamleider havo/vwo algemeen, de teamleider van bovenbouw havo, de teamleider van bovenbouw vwo en de decanen havo/vwo). De toelatingscommissie betrekt in het advies naast behaalde cijfers ook metacognitieve vaardigheden1,
werkhouding, zelfstandigheid en motivatie.
- Op de cijferlijst na SE-2 een gemiddelde van 6,5 of hoger voor de examenvakken en geen onvoldoende voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde. Hierbij telt het voorlopige combinatiecijfer mee als cijfer voor een examenvak.
- Leerlingen van buiten Were Di moeten een positief advies krijgen van de afleverende school op het gebied van metacognitieve vaardigheden, werkhouding, zelfstandigheid en motivatie. Ook moeten zij zijn geslaagd met een gemiddelde van 6,5 of hoger, zonder onvoldoende voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde.
De leerling is in het bezit van een diploma havo.
1 Voorbeelden hiervan zijn: reflecteren op eigen leerproces, studie plannen, reflecteren groepsprocessen, het eigen leerproces sturen.

Regels stapelen en verblijfsduur vmbo
De nieuwe wettelijke regeling met betrekking tot het “stapelen van diploma’s” betekent dat een vmbo leerling na het behalen van zijn diploma nog een hoger vmbo diploma kan halen. Daarnaast is de maximale verblijfsduur van 5 jaar in het vmbo afgeschaft.Deze regeling is bedoeld voor leerlingen die gebaat zijn bij een verlengd vmbo. Het is aan de school om samen met de betrokken ouders en leerling te bepalen of de leerling gebaat is bij een verlengd vmbo of dat de overstap naar het mbo beter geschikt is. De leerling die kiest voor het verlengd vmbo moet voldoen aan het volledige Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van de betreffende
leerweg. Er worden geen vrijstellingen toegekend, ook niet wanneer de leerling al eerder vakken op het hogere niveau heeft afgesloten.
Het stapelen van Kader naar GT/TL is buiten beschouwing gelaten. Dit gebeurt slechts in uitzonderlijke gevallen. Hierbij is altijd sprake van maatwerk.

Van Basis naar Kader
Voorwaarden
Een leerling mag, na het behalen van zijn Basisberoepsgerichte leerweg diploma, instromen in leerjaar 4 van de Kaderberoepsgerichte leerweg. In het adviesgesprek gaan we uit van de volgende normen:
• De leerling doet examen in dezelfde vakken op KB niveau. Keuzevakken binnen het
beroepsgerichte vak kunnen wel gewisseld worden.
• Het gemiddelde SE- eindcijfer voor het praktijk/ AVO-vakken/ een 6,8 of hoger is, en geen enkel vak lager dan 6.0.
• Het gemiddelde CE- cijfer (praktijkvak en avo vakken samen) een 6,8 of hoger is.
• De leerling een positief advies vanuit de lesgevende docenten krijgt, op basis van resultaten, motivatie en een goede werkhouding.
• De leerling in de periode na het eindexamen tot aan de zomervakantie het AVO
aansluitprogramma heeft gevolgd, inclusief maatschappijleer 1 op kb niveau kan afsluiten met een voldoende.
• Het cijfer van de rekentoets wordt overgenomen.

5. Afstroom
We spreken van afstroom als een leerling naar een lager niveau doorstroomt in hetzelfde of een hoger leerjaar. Afstroom kan alleen met een positief advies van de rapportvergadering. De rapportvergadering baseert haar advies op de kansen van slagen in de gekozen schoolsoort.

Indien de leerling afstroomt naar een hoger leerjaar op een lager niveau, dan houdt de vergadering bij haar oordeel rekening met de volgende richtlijnen:
• alle rapportcijfers worden met één punt verhoogd (geldt niet voor bovenbouw havo-vwo);
• vervolgens wordt de algemene bevorderingsnorm toegepast.


6. Wijziging 'definitieve keuze'

Leerlingen die te kennen hebben gegeven dat zij een verandering wensen ten opzichte van hun ‘definitieve keuze’ voor een nieuw schooljaar, worden indien mogelijk door de bevorderingsvergadering op die tweede keuze beoordeeld. Kan de bevorderingsvergadering niet meer bij elkaar geroepen worden, dan beslist de
teamleider/conrector.
Of het wijzigingsverzoek ook feitelijk kan worden geëffectueerd, beoordeelt de teamleider/conrector zodra er zicht is op de indeling van klassen en clusters voor een nieuw schooljaar.


7. Informatie over studievorderingen
In het leerlingenstatuut is vastgelegd dat een toets na de beoordeling met de leerlingen besproken dient te worden en dat een leerling recht heeft op inzage in de beoordeelde toets. Ook ouders hebben uiteraard recht op informatie over de vorderingen en het welbevinden van hun kind. Ouders hebben in Magister inzage in de actuele vorderingen van hun kind.

8. Ten slotte

Uitzonderingen
In gevallen, waarin regelingen niet voldoet, neemt de conrector een besluit.

Communicatie
Alle communicatie met ouders over te lopen trajecten, over adviezen en over de toelating vindt in ieder geval plaats via het rapport.
Een afwijzing wordt altijd telefonisch door de mentor medegedeeld. Wanneer er in dit gesprek nieuwe inzichten naar voren komen, bespreekt de mentor deze met de teamleider, waarna eventueel revisie kan plaatsvinden.

Bezwaar en Beroep
Indien ouders het na bovenbeschreven procedure oneens zijn met de procedure of de uitkomst daarvan, kunnen zij bezwaar maken bij de rector. Voor de procedure m.b.t. bezwaar en beroep is het reglement bezwaar en beroep in leerlingzaken van Ons Middelbaar Onderwijs te raadplegen op https://www.omo.nl/over-ons/be... en Magister.

Webdesign & Webdevelopment by Webtraders